2005.09.29

 

De droeve stand van de Nederlandse kennisekonomie

by Karel Thönissen

Het gaat slecht met de kennisekonomie in Nederland. De hoop van opeenvolgende kabinetten werkt niet. Men heeft zich niet gerealiseerd dat mondialisering niet alleen de maakindustrie zal treffen maar ook de kennisindustrie. Banen worden in hoog tempo verplaatst naar goedkoper buitenland. Tien jaar geleden heb ik het al in een aantal lezingen gezegd: kennis laat zich nog veel gemakkelijker verplaatsen dan andere produktiefaktoren als machines, arbeid en grondstoffen. Het ekonomische beleid om van Nederland respektievelijk Europa een kennisekonomie van wereldklasse te maken werd niet ingegeven door een keuze voor de kennisekonomie per se, maar door de angst te moeten ingrijpen in de zeer hoge loonkosten in dit land/ dit deel van de wereld. De gedachte was en is er een van een ongekende arrogantie: we kunnen niet konkurreren met derde-wereldlanden als het gaat om loonkosten, dus onze maakindustrie kunnen we niet handhaven; we moeten ons daarom koncentreren op die sektoren met een hoge toegevoegde waarde, namelijk op gebied van kennis en kreativiteit. Dit denken is om twee redenen verwerpelijk: in de eerste plaats heeft lang niet iedere Nederlander de mogelijkheden om op wereldnivo mee te draaien in de kennisekonomie; deze mensen worden dus ter plekke afgeschreven. In de tweede plaats ligt er de arrogante post-koloniale gedachte aan ten grondslag, dat Indiërs, Chinezen, Russen en Middeneuropeanen dommer zijn dan wij. Fout gedacht. Intelligentie is ongeveer gelijk over de wereld verdeeld.

Het onderwijs in Rusland en Midden-Europa is altijd zeer goed geweest en de ekonomische achterstand heeft mensen inventief gemaakt en werkt nu in hun voordeel. Dat laatste geldt nu ook voor China en India. De goede universiteiten van die landen zijn beter dan die bij ons, zoals al jaren blijkt uit wetenschappelijke oplympiades. Overigens stellen ze ook de Amerikaanse topinstituten in de schaduw. Niet in prestige, wel in geleverde kwaliteit.

Onze politiek zingt zichzelf in slaap met de gedachte dat onze universiteiten tot de beste ter wereld behoren. Dat is niet zo. In ieder geval niet ten opzichte van de landen waarmee we ons graag willen vergelijken. Het nivo van het onderwijs laat te wensen over en de statistieken van het onderzoek zijn misleidend. Vaak worden dan de wetenschappelijke publikaties geteld en het aantal promoties. Dit is om je kapot te lachen, als het niet zo ernstig was.

Loop nu een universiteit binnen en kijk is goed naar de studenten. Maak een onderscheid naar studierichting. Bij de studierichtingen die er voor de kennisekonomie echt toe doen (beta, techniek en een aantal studies met sterke technische komponenten als technische bedrijfskunde en industrieel ontwerpen), is een groot deel van de studenten en de onderzoekers buitenlander. Uit China, uit India. Ik heb geen hekel aan buitenlanders. Ik vind het prima en beschouw het als een vorm van marktkonforme ontwikkelingshulp. Dat kunnen de anti-globalisten in hun zak steken. Maar een groot deel van deze studenten reist terug naar het eigen land of naar de Verenigde Staten, voor de meest talentvolle onder hen. Het is leuk om te weten dat de publikatie of promotie in Nederland plaats had, maar we hebben er als land helemaal niets aan. Voer dan ook nog eens Engels als voertaal in het hoger onderwijs in en de kans op kennisoverdracht tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven is nagenoeg helemaal verdwenen. Ik heb zelf jarenlang zowel in het Nederlands als in het Engels kollege gegeven (de kwaliteit van mijn Engels kan wat betreft het schriftelijke deel elders op deze site beoordeeld worden) en kan u beloven dat Engels onderwijs goed is voor de buitenlanders die hier willen komen halen, maar slecht is voor de Nederlanders. Met een cynisch woord van dank aan het moderne talen onderwijs in Nederland. En dan nog te bedenken dat het met het Frans en Duits nog veel beroerder is gesteld. Duitsland, is dat niet 40% van onze export?

Natuurlijk hebben we ook talent van eigen bodem, maar dat kiest er niet zelden voor om de kansen in het buitenland te beproeven. Toponderzoekers en top-ondernemers trekken weg. Achterblijven mensen die de kar niet kunnen trekken, aangevoerd door politici die de kar niet kunnen besturen en zelfs niet weten waar ze naar toe moeten. We hebben een Tweede Kamer die beslissingen neemt over hoog-technologische vraagstukken, maar die gevuld is met onderwijzers, verpleegsters, dominees, karrièrepolitici, fantasten, kleuterjuffen en juristen.

We leven in een land waar design/ ontwerpen synoniem is geworden met styleren/mooi maken. We leven in een land waar kreativiteit synoniem is geworden met ijdele kunst. We leven in een land waar ouwehoeren, rechten studeren, PowerPoint-presentaties houden, graaien, en gouden handdrukken bedingen synoniem zijn geworden met kansen op maatschappelijk sukses. Nog niet zo heel lang geleden was een ontwerper een ingenieur die nieuwe dingen maakte. Eiffel, Colin Chapman, Enzo Ferrari, Ferdinand Porsche, Anthony Fokker, de gebroeders Van Doorn waren volbloed ontwerpers. Ingenieurs. Zelden zijn er kreatievere mensen geweest dan Thomas Alva Edison, Albert Einstein, Nikola Tesla of André Citroen. En voor de kans op sukses: vier van de vijf rijksten Amerikanen hebben hun fortuin zelf verdiend in de IT en ze zijn allemaal techneut in hart en nieren: Bill Gates (1, oprichter Microsoft), Paul Allen (3, oprichter Microsoft), Michael Dell (4, oprichter Dell), Larry Ellison (5, oprichter Oracle). Hoogste nieuwe binnenkomers: Sergey Brin en Larry Page (11, 12, oprichters Google).

Het gaat slecht met de kennisekonomie, met het onderwijs en het onderzoek. Als we er dan werkelijk niet meer uitkomen, dan kunnen we altijd eenvoudig meer geld pompen in deze investeringsruïne. Het grootste probleem is niet het gebrek aan middelen. Selektie aan de poort is een betere manier om top-talent te kweken. Leiderschap, in het bedrijfsleven, in de provincies, in het kabinet. Eindelijk ophouden met polderen.

Aux travails, citoyens,
Formez vos compagnies,
Marchons, marchons!