2004.10.26

 

WBSO voor technostarters

by Karel Thönissen

In Nederland bestaat de WBSO-regeling die inhoudt dat een onderneming 42% van de loonkosten die toegerekend kunnen worden aan speur- en ontwikkelwerk in mindering gebracht kunnen worden op de afdracht loonbelasting. Voor technostarters is dat percentage zelfs 60%. In prima regeling zou ik zeggen, maar ook een die de doelgroep niet bereikt wat betreft dat percentage van 60%. Bij lange na niet.

Startende bedrijven hebben weinig overhead. Technostarters hebben in de beginfase veelal alleen maar technici in dienst. Ze hebben weining ondersteunend personeel om de kosten in de aanloopfase te drukken. Ook hebben deze bedrijven geen marketing-medewerkers en verkopers in dienst om de doodeenvoudige reden dat in deze markten niets verkocht kan worden als het nog niet klaar is. Percentages van 100% technici die voor meer dan 90% WBSO-deklarabel zijn, zijn niet uitzonderlijk. Dit zijn technostarters pur sang. Deze doelgroep kan niet profiteren van de technostartersregeling.

Zelfs als alle medewerkers vallen in de hoogste belastingschijf, komt de afdracht loonbelasting nooit uit boven de 52% van de loonsom. Omdat de WBSO-regeling alleen recht geeft op vermindering van de afdracht en niet op teruggaaf of doorschuiven, is de 60% regeling een hoofdprijs die nooit uitgaat. De enige bedrijven die in staat geacht moeten worden om gebruik te maken van de 60%-regeling zijn bedrijven met een aanzienlijke aandeel niet-deklarabele medewerkers. Dat deel van de beschikking dat niet opgemaakt kan worden op basis van de lonen van de S&O-medewerkers kan namelijk gekompenseerd worden met de afdracht over de salarissen van de andere medewerkers. Maar welke technostarter heeft tegenover elke deklarabele S&O-medewerker en niet-deklarabele kollega in de ondersteuning?

Een goede regeling, buitengewoon geschikt om bestaande bedrijven aan te zetten om een S&O-medewerkers in dienst te nemen. Dat is een beslist lovenswaardig streven van de rijksoverheid, maar heeft met technostarters niets te maken. Helaas zal het zo zijn dat deze bestaande bedrijven in het MKB vaak al te oud zijn om voor de 60%-regeling in aanmerking te komen. En als het al werkt, dan levert het niet het soort ondernemingen op waar het rijk in het innovatiedebat zo op zinspeelt, namelijk de kennisgedreven en technologiegedreven starters.