2004.01.12
Er zijn nu genoeg vrouwen in de kamer nu de ingenieurs nog
by Karel Thönissen
Vandaag werd ik gewezen op het nieuwe initiatief van het Ministerie van Economische Zaken 'Actieprogramma TechnoPartner'. Het is me nog te vaag om er over te kunnen oordelen, behalve dan dat de titel vreselijk Nederlands is. Maar dat is een ander punt. Maar er is iets wat me onmiddellijk opviel:
de staatssecretaris Mevr. van Gennip is afgestudeerd ingenieur. 
Ik heb op de website van de Tweede Kamer de c.v.'s van de leden bekeken van A t/m H. Dat zijn ongeveer 75 leden, dus de helft. Ik ben werkelijk geschrokken. Ik kwam tegen: een leraar wiskunde, een civiel ingenieur en twee technische bedrijfskundigen. Wiskunde is een mooi vak, maar eigenlijk geen techniek en technische bedrijfskunde zet ik op 75% technisch. Dit cijfer is afhankelijk van de wijze hoe de studie was ingericht. Dat mag ik gerust zo zeggen, ik ben zelf ook een technische bedrijfskundige. Aldus extrapolerend voor de hele kamer, kom ik op 5-7 ingenieurs. Dat is maar iets meer dan 3%. De kamer bevat te veel ekonomen, juristen, onderwijzers, ambtenaren, sociologen, politikologen en dominees. De vraagstukken in ons land zijn zeer technisch van aard en worden dat steeds vaker: Betuwelijn, geluidsnormen, duurzame energie, kernenergie, biotechnologie, broeikaseffekt, statistische risiko-analyses, Schiphol, waterhuishouding, hogesnelheidslijnen, nieuwe wapensystemen, rekeningrijden, milieunormen, innovatiebeleid, technostarters, magneetzweefbaan, enz., enz. Niet dat techniek zalig makend is, of dat alle technici het altijd met elkaar eens zijn, maar 3-4% is echt te weinig. Ik begrijp nu waarom ik soms sommige dingen hoor.
Stop het debat over meer vrouwen in de kamer. Als het goed is, leidt dat namelijk helemaal nergens toe. Het wordt tijd voor meer ingeneurs, technici en betas in de kamer. En om nog een ondervertegenwoordigde groep te noemen: ondernemers. Om mijn kritikasters voor te zijn: gewerkt hebben in het bedrijfsleven maakt van iemand nog lang geen ondernemer!
|